Wie, Wat en Waarom?

Welkom

Wij zijn Karen van der Meijs en Saskia van Geest en zijn derdejaars PABO-student van Pabo Thomas More.

We zijn dit jaar bezig met een project over WSNS (Weer Samen Naar School). Voor deze projecten moeten we een web-log maken over een onderwerp dat met dit project te maken heeft en wat ook voorkomt in je stageklas.

Wij hebben gekozen voor het onderwerp logopedie. Beide hebben we een kind in de klas die op logopedie zit. Zelf hadden we geen goed beeld van wat er precies kan zijn met een kind als die naar logopedie moet. Je denkt vaak dat het alleen een spraakprobleem is. Maar eigenlijk komt er nog veel meer bij kijken.

Het is van belang dat je er optijd bij bent, zodat je het probleem kunt voorkomen in plaats van verhelpen of behandelen.

De hoofdvraag die we hebben gesteld is:

Logopedie, wat houdt dat eigenlijk in?

Door middel van deze hoofdvraag hopen we een goed beeld te kunnen krijgen van wat logopedie inhoudt. Om hier achter te komen hebben we deelvragen opgesteld.

Aan de hand van de deelvragen willen we een beter beeld krijgen van de problemen bij taalontwikkelingsstoornissen. Wat zijn de stoornissen die er kunnen zijn, wat zijn de oorzaken ervan enzovoorts.

Wij hopen dat je door middel van ons web-log een beter beeld heb van de problemen die er zijn met betrekking tot taalontwikkelingsstoornissen

Als je nog tips hebt, laat het ons weten.

Veel plezier op dit web-log!

Karen van der Meijs en Saskia van Geest

31 January 2007
By on 18:10
Begrippenlijst

ADHD:

Attention Deficit Hyperactivity Disorder, In het Nederlands: Aandachts-Tekort-Stoornis met Hyperactiviteit en/of impulsiviteit.

Afasie

Afasie is een verworven taalstoornis wat vaak na een beroerte of een trauma ontstaat. Iemand met een afasie verliest door een hersenletsen zijn vermogen om taal te kunnen begrijpen of gebruiken. Maar ook het lezen en schrijven kan worden aangetast.


Autisme:

Autisme is een breed begrip dat zich bij elk mens anders uit. Over het algemeen komt het er op neer dat er sprake is van een communicatieve stoornis die op verschillende manieren naar buiten komt en zich bij elk individu anders ontwikkeld.


Dysarthie

Spreekstoornis die betrekking heeft op de articulatie van de gesproken taal; men heeft moeite met het vormen van woorden, hetgeen zich kan uiten in een neiging tot stotteren. De patixebnt spreekt onduidelijk door een aandoening van het perifere zenuwstelsel. 


Dyscalculie:

Dyscalculie is een rekenstoornis die dikwijls samengaat met nog een aantal andere beperkingen, zoals ruimtelijk inzicht, klokkijken, slechter geheugen, spellingsproblemen, gebrek aan inzicht.


Dyslexie:

Ernstige en hardnekkige problemen bij de automatisering van het lezen en/ of de spelling.:


Dysorthografie:

Het leren spellen verloopt ernstig verstoord. Het automatiseren van woorden blijft moeizaam, het kind krijgt de regels niet onder de knie en het lukt maar niet om de spellingsstrategiexebn aan te leren.


Gehoorstoornis:

Een gehoorstoornis ontstaat wanneer je niet goed hoort. Communiceren en spreken zijn dan moeilijk, vandaar een gehoorstoornis.


Logopedie:

De logopedie houdt zich bezig met de preventie, het onderzoek en de behandeling van stoornissen en beperkingen op het gebied van spraak, taal, stem en gehoor.


Logopedist:

Een logopedist behandelt kinderen met een spraak, stem, taal of gehoorstoornis. Voor elk kind afzonderlijk wordt er een bepaald plan met spelletje, rollenspellen, werkbladen en andere oefeningen die helpen de stoornis van het kind aan te pakken.

Multiple sclerose

Multiple Sclerose is een ziekte van het centrale zenuwstelsel die soms gepaard gaat met uitvalsverschijnselen van de ledematen. Hierdoor wordt wel eens gedacht dat MS een spierziekte is, maar dat is onjuist. MS is een neurologische aandoening die behandeld wordt door de neuroloog.

Paramedicus
Iemand die een beroep uitoefent dat met de geneeskunde samenhangt, maar er niet echt toebehoort. Bijvoorbeeld een fysiotherapeut, logopedist of audioloog.

Parkinson
Parkinsons is een ziekte waarbij de hersencellen langzaam afsterven.
De belangrijkste symptomen zijn: beven, spierstijfheid, bewegingstraagheid en algemene vermoeidheid. Patixebnten kunnen in meerdere of mindere mate te maken hebben met elk van deze vier of met combinaties daarvan.


Rugzakje:

Het rugzakje is een financiering voor kinderen met een handicap die het recht hebben om op het reguliere onderwijs les te krijgen. Het gaat dan om kinderen die leer- of gedragsproblemen hebben. Een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicaps. Of voor kinderen met gedragsstoornissen.


Schisis:

Schisis is een aangeboren aandoening, die gekenmerkt wordt door een onvolledige sluiting van de lip, kaak en/of verhemelte. Hieronder verstaan we ook de zogenoemde x91hazenlipx92.


Spraakstoornis:

Bij spraakstoornissen worden klanken niet of verkeerd uitgesproken. Kinderen kunnen bepaalde letters niet uitspreken, klanken worden vervormd of zelfs weggelaten. Medeklinkers kunnen anders klinken.


Stemstoornis:

Bij een stemstoornis kan er sprake zijn van stembandverlaging, verkeerd stemgebruik (foutieve stemtechniek of stemmisbruik (veelvuldig roepen).


Taalstoornis:

Bij een taalstoornis verloopt de taalontwikkeling niet volgens een bepaald patroon. De ontwikkeling kan vertraagd of afwijkend zijn. Een andere naam hiervoor is dysfatische ontwikkeling of een primaire taalontwikkelingsstoornis.


VAT-methode:

Het doel van de VAT-methode is het aangaan van een plezierige comminicatie met het kind. Op deze manier wordt de taalontwikkeling gestimuleerd. VAT staat voor: Volgen, Aanpassen & Toevoegen.


WSNS:

Weer Samen Naar School. Dit houdt in dat kinderen met lichamelijke of geestelijke handicap op reguliere onderwijs les kunnen krijgen met de begeleiding en hulp die ze daarvoor nodig hebben. Dit gebeurt met ondersteuning van het x91ruzakjex92.

29 January 2007
By on 13:42
Conclusie

Logopedie is meer dan alleen een spraakstoornis.
Onder logopedie vallen meerdere stoornissen zoals:
- spraakstoornissen
- taalstoornissen
- stemstoornissen
- gehoorstoornissen

Om een stoornis te kunnen ontdekken kun je kinderen vergelijken met anderen kinderen van dezelfde leeftijd. Maar de ontwikkeling loopt natuurlijk niet bij iedereen gelijk. Op het moment dat je een achterstand constateert, houd het kind dan in de gaten. Op het moment dat een kind een achterstand oploopt van 6 maanden of meer spreekt men van een stoornis.

Het is van belang dat het kind zo snel mogelijk wordt behandeld, het resultaat van de behandeling zal dan beter zijn.

Stoornissen kunnen onstaan door lichamelijke problemen of door de omgeving.
Andere factoren die een rol kunnen spelen zijn:
- sociaal emotionele ontwikkelingsstoornis
- Moeite met het onthouden en het horen en onderscheiden van spraakklanken
- Lagere intelligentie

Een aantal voorbeelden van gevolgen hiervan zijn:
- Moeite met leren lezen
- Moeite met begrijpend lezen
- Moeite met rekenen
- Onstaan van leerproblemen
- Ontstaan van sociaal
- emotionele problemen


By on 13:39
Bronnen

Sites:
http://www.vvl.be/htmdocumenten/logopedie.htm
http://nl.wikipedia.org/wiki/Logopedie
http://www.logopedie-materiaal.nl/
www.logopedie.nu
http://logobehandelmaterialen.hszuyd.nl/
http://www.onderwijsadvies.nl/logopedie_logopedist.asp

Boeken:
Logopedie, Trudy de Maine en Ans Verweij- Groenendijk
Uitgeverij Esstede bv, Heeswijk- Dinther


Personen:
M. de leerling uit de klas
J. De logopediste van de Mariaschool
Anke Boereboom, logopediste van Pabo Thomas More.


By on 13:21
9. Waarom logopedie op de Pabo?

We hadden een aantal vragen opgesteld om te vragen aan de logopediste van de Pabo.

De vragen die we hebben opgesteld:

1.      Waarom wordt elke student op de Pabo gescreend? en wat wil je hiermee bereiken?

Voorkomen van stemproblemen. Logopedie is preventief. Het is ook een goeie voorbereiding op je stage. Je krijgt aandachtspunten die je helpen tijdens het lesgeven.

2.      Welke problemen constateer je veel?

Heel veel problemen met de adem (hoge borstadem) en de ademsteun, waardoor je stemproblemen kunt krijgen, wat minder veel problemen met goed en verstaanbaar articuleren.

3.      Wat doe je meestal met een probleem qua behandeling?

Ik geef oefeningen mee of ik behandel kort individueel(dan doen we samen oefeningen) of ik verwijs een student naar een logopedist in de vrije vestiging. Dit is afhankelijk van de ernst van de problemen.

4.      Zijn de problemen vergelijkbaar met problemen die kinderen op de basisschool hebben?

Op de basisschool gaat het vooral over articulatie, taalontwikkeling, stotteren, minder vaak over adem en stemproblemen

5.      Hadden de ‘problemen’ voorkomen kunnen worden als er op de basisschool meer aandacht voor was geweest? of zijn het problemen die op latere leeftijd zijn ontstaan.

Als op de basisschool meer gelet zou worden op een goede houding, bewuster contact met het lichaam (waardoor je voelt of je lichaam gespannen of ontspannen is en ontspannen is en als je ontspannen bent heb/hou je een goeie, lage ademhaling) Het is echter niet zo dat iedereen met een verkeerde adem stemproblemen krijgt. Wanneer je geen praatberoep hebt is het risico hierop minder groot.


By on 13:12
8. Hoe ziet een behandeling eruit?

M. is een leerling uit groep 1. Hij krijgt logopedie op school.
We hebben een keer een behandeling van M. bijgewoond. Meer was helaas niet mogelijk omdat we ook met onze stageopdrachten zaten.

Hier onder zie je een voorbeeld van een les van een logopedie behandeling.

Plan voor 1 behandeling

Naam clixebnt/patixebnt: M.

Naam Therapeut: J.

Datum behandeling: 07-12-2006

Beginsituatie:

-         M. maakt geen oogcontact en kan zich slecht concentreren.

-         Hij scoort erg laag op taalbegrip bij Reynell

-         De passieve woordenschat is laag, ook laag in vergelijking tot kinderen met een Turkse achtergrond.

-         Klanken, Begrippen, zinsvorming en tekstbegrip is gemiddeld en verschilt niet veel in vergelijking tot kinderen met een Turkse achtergrond.

Doel(en):

-         M. maakt tijdens de therapiesessie oogcontact met de logopedist.

-         M. benoemt de verschillende boerderijdieren.

Werkwijze:

-         De logopedist en M. hebben allebei een bakje. In het midden staat een bakje met fiches met allerlei verschillende kleurtjes. De logopedist en M. mogen om de beurt een fiche pakken aan de hand van de kleur die ze met de dobbelsteen gooien, en aan elkaar geven. Daarbij zeggen ze: Ik geef deze aan jou. En bovendien moeten ze elkaar aankijken. Dus M. moet de logopedist aankijken als hij het fiche geeft, anders pakt de logopedist het fiche niet aan.

-         De logopedist vertelt een verhaal aan M. bij de plaat. Daarin noemt ze de verschillende boerderijdieren en wijst deze aan. Later vraagt ze aan M.: Wijs voor mij de x85 eens aan.? Als je deze aanwijst moet je mij aankijken.

-         De logopedist wijst een dier aan op de plaat en vraagt aan M.: Welk dier is dat? Ze vraagt ook aan M. om te vertellen wat hij ziet. Wat doen de verschillende dieren op de plaat?

-         Ter afsluiting doen we memory. De logopedist en M. spelen samen boerderijdieren memory. We leggen de dierenplaatjes met de afbeelding omhoog. Om de beurt gooien we de dobbelsteen. Het aantal ogen wat je gooit, moet je lopen. Daar waar de pion stopt, moet je het dier benoemen waar de pion op staat. Ook hier kijkt M. de logopedist aan als hij het dier benoemt.

Materiaal:

-         Fiches

-         Bakjes

-         Plaat met boerderijdieren

-         Memory

-         Dobbelsteen en pionnen

Wijze van bekrachtiging:

-         Bij een goed antwoord zeg ik x91goed zox92, en bij een fout antwoord stimuleer ik hem, en vertel hem dat hij echt zijn best doet. Eventueel zeg ik de eerste keer de naam van het dier voor, en later vraag ik het terug.

Huiswerk:

-         

Evaluatie:

-         De les met M. ging goed. Ik kreeg goed oogcontact met hem en hij sprak gericht tegen mij. Verder hebben we de dieren doorgenomen en heb ik ze teruggevraagd. M. deed goed mee, ook met het spelletje aan het einde.

Opmerkingen/suggesties:

-         


By on 13:04
Relatieschema

Relatieschema_3


By on 12:52
Onderzoeksvragen

Hoofdvraag:

            Logopedie, wat is dat nu eigenlijk?

Deelvragen:

  1. Wat is logopedie?
  2. Wat doet een logopedist?
  3. Waarom krijgt een kind logopedie?
  4. Welke stoornissen zijn er met betrekking tot logopedie?
  5. Hoe signaleer je een taalontwikkelingsstoornis?
  6. Oorzaken en gevolgen van een taalontwikkelingsstoornis
  7. Wat kun je als leerkracht doen?
  8. Hoe ziet een behandeling eruit?
  9. Waarom logopedie op de Pabo?

By on 12:19
Reactie

Als je een reactie wilt geven of een tip hebt kun je die hier achterlaten!

Bedankt alvast.

18 January 2007
By on 19:46
7. Wat kun je als leerkracht doen?

Als leerkracht zijnde zie je het kind uit je klas bijna elke dag. Op deze manier kun je een belangrijke bijdrage leveren aan de behandeling van een kind met een taalontwikkelingsstoornis. Dit kan goed door middel van de VAT-methode en is ook goed te gebruiken in een gesprek tussen leerkracht en kind. Het doel van de VAT-methode is namelijk het aangaan van een goede, plezierige communicatie met een kind. Op deze manier wordt dan de taalontwikkeling gestimuleerd.

-          Volgen (kijken, wachten, luisteren)

-          Aanpassen

-          Toevoegen

Volgen xe0 Dit houdt in dat je je inleeft in de belevingswereld van het kind. Je volgt het kind in wat het ziet, doet en denkt. Dit kun je doen door te kijken naar wat het kind ziet, voelt, denkt of doet. Maar ook door te luisteren naar wat het kind zegt.

Aanpassen xe0 Je past je aan aan het denkpatroon en taalniveau van het kind. Je moet hierbij zorgen dat je contact maakt met het kind door je naar het kind toe te keren, oogcontact te maken en vriendelijk te kijken en het kind te benaderen met een vriendelijke intonatie.

Toevoegen xe0 Je weet waar het kind mee bezig is. Nu kun je nieuwe informatie toevoegen en hierdoor de taal uit te breiden.


By on 19:38